Samen bouwen aan een sterke duikregio in Noord-Nederland

2025 was een jaar waarin duikverenigingen in Noord-Nederland elkaar duidelijk wisten te vinden. Samenwerking, kennisdeling en onderlinge verbinding stonden centraal en hebben gezorgd voor betere opleidingen, meer gezamenlijke activiteiten en een sterker regionaal netwerk. Gert Bulstra, docent van de NOB, instructeur bij De Watergeuzen in Groningen en coördinator van de Vliegende Instructeur Brigade legt uitgebreid uit.

Samen sterker in opleidingen

Binnen de regio heb ik gezien hoe meerdere verenigingen intensief hebben samengewerkt aan de 1*-, 2*- en 3*opleidingen. Door deze gezamenlijke aanpak konden we instructeurscapaciteit efficiënter inzetten en de kwaliteit van de opleidingen verhogen. Met name kleinere verenigingen profiteerden hiervan, doordat zij makkelijker konden aansluiten bij grotere verenigingen en gebruik konden maken van aanwezige expertise.

Daarnaast hebben verschillende verenigingen kandidaten geleverd voor de opleiding tot praktijkbegeleider. Door deze kandidaten gezamenlijk op te leiden, is er een solide basis gelegd voor toekomstige begeleiding en instructie in de regio. Ook de theorie voor de opleiding duikbegeleider is regionaal aangeboden en werd door meerdere verenigingen benut.

Actieve kennisdeling en ontmoetingen

Instructeurs uit de regio hebben zich volop ingezet door workshops en thema-avonden te verzorgen bij andere verenigingen. Deze bijeenkomsten werden goed bezocht en zorgden voor waardevolle uitwisseling van kennis en ervaringen. Ik zag hoe verenigingen elkaar steeds vaker uitnodigden, wat de onderlinge betrokkenheid verder heeft vergroot. De instructeursworkshops in Noord-Nederland kenden een hoge opkomst en werden zeer positief geëvalueerd. Naast inhoudelijke verdieping werd hier ook veel genetwerkt en zijn concrete afspraken gemaakt om vaker samen op te trekken.

Ruimte voor groei van instructeurs

Instructeurs in opleiding kregen de kans om proeflessen te verzorgen bij andere verenigingen. Deze praktijkervaring in verschillende omgevingen heeft zichtbaar bijgedragen aan hun ontwikkeling en flexibiliteit. Hoewel het soms nog spannend kan zijn om bij een andere vereniging actief te worden, merk ik dat deze stap steeds makkelijker wordt gezet.

Gezamenlijke activiteiten en inhoudelijke verdieping

Meerdere verenigingen hebben gezamenlijk duikvakanties naar België georganiseerd. Deze activiteiten versterkten niet alleen de onderlinge band, maar boden deelnemers ook waardevolle praktijkervaring.

De Lucky Fin opleiding in Emmen en Kampen trok deelnemers uit alle noordelijke provincies. Dit benadrukt voor mij zowel de regionale aantrekkingskracht als de bekendheid van deze opleiding. Dat deze opleidingen meerdere keren in de noordelijke media zijn verschenen, met radio-interviews en krantenartikelen, laat zien dat onze duiksport leeft.

Een bijzonder initiatief was de uitgebreide onderwaterbiologie-opleiding van de Groninger Biologen Duikvereniging Calamari. In tien bijeenkomsten doken deelnemers diep in de Nederlandse onderwaterwereld, met lezingen van deskundige biologen en enthousiaste studenten. Met praktische sessies, aquariums en microscooponderzoek was deze cursus snel volgeboekt. Deelnemers konden bovendien het NOB Onderwaterbiologiecertificaat behalen. Dit is voor mij een prachtig voorbeeld van hoe inhoudelijke verdieping de duiksport kan verrijken.

Vliegende Instructeur Brigade

Als coördinator van de Vliegende Instructeur Brigade vervul ik een actieve en verbindende rol binnen het netwerk van verenigingen en instructeurs. Ik investeer bewust in zichtbaarheid en bereikbaarheid, onder andere door regelmatig verenigingen en duiklocaties te bezoeken – soms met een doel, soms gewoon om het contact te onderhouden. Door mijn agenda flexibel te houden, kunnen verenigingen en instructeurs mij laagdrempelig benaderen. Ik zie het als mijn taak om vraag en aanbod bij elkaar te brengen, instructeurs te koppelen aan verenigingen en het delen van kennis actief te stimuleren. Juist deze informele en persoonlijke benadering blijkt waardevol voor het versterken van samenwerking en vertrouwen.

Vooruitblik op 2026

Terugkijkend kan ik stellen dat 2025 een succesvol jaar was waarin samenwerking centraal stond. De verbinding tussen verenigingen is zichtbaar gegroeid en vormt een stevige basis voor de toekomst. In 2026 wil ik deze lijn voortzetten: meer samenwerking, gezamenlijke opleidingsinitiatieven en blijvende aandacht voor kennisdeling binnen Noord-Nederland.

Mijn dank gaat uit naar alle instructeurs, verenigingen en vrijwilligers die zich in 2025 hebben ingezet. Samen maken we de regio sterk – en dat biedt veel vertrouwen voor de toekomst.