Optimaliseer het sportklimaat binnen jouw vereniging!

High 5! Op naar een veilige sportcultuur. Deze tool is bedoeld voor sportbestuurders en vrijwilligers van sportverenigingen en helpt om op een laagdrempelige en eenvoudige manier inzicht te krijgen in wat een vereniging kan doen om grensoverschrijdend gedrag te voorkomen. Doorloop de 5 stappen en optimaliseer het sportklimaat binnen je vereniging.

 

Stap 1: Hoe maken we onze vereniging veilig?


Als bestuur wil je natuurlijk weten of grensoverschrijdend gedrag voorkomt binnen de club. Daarom maak je een risico-inventarisatie. Wat gaat goed in jullie club en wat kan beter? Wat zijn de risico’s voor grensoverschrijdend gedrag?

Als bestuur ben je verantwoordelijk voor een veilige sportvereniging. Dit is een vereniging waarin sportplezier centraal staat: er is geen ruimte voor agressie, intimidatie en seksueel grensoverschrijdend gedrag. De vraag is: hoe regel je dat als bestuur?

Zet het op de agenda van het bestuur
Reserveer tijd tijdens de bestuursvergadering om te praten over het voorkomen van grensoverschrijdend gedrag. Inventariseer hoe de bestuursleden tegen dit onderwerp aankijken. Gebruik stellingen of vraag de Academie voor sportkader om een bijeenkomst te begeleiden.

Hoe ga je het gesprek aan binnen het bestuur?
Academie voor Sportkader

Wat moet je doen?
Als bestuur kun je veel doen om grensoverschrijdend gedrag binnen de sportvereniging te voorkomen. Bijvoorbeeld: een heldere visie opstellen, een risico-inventarisatie uitvoeren, vrijwilligers trainen en omgangsregels opstellen.

Kijk hier waar elke vereniging aan moet voldoen. Dit zijn afspraken die de bonden met elkaar hebben gemaakt. Als bestuur ben je verplicht om erop toe te zien dat deze afspraken worden nageleefd. Stel alle leden op de hoogte van deze regels. Met vragen over verplichtingen kan je ook altijd terecht bij jouw bond of bij het Centrum voor Veilige Sport.

Moet je als bestuur optreden? Ja, een bestuur hoort op te treden als er sprake is van grensoverschrijdend gedrag. Dat doe je immers ook als er regels op het veld worden overtreden, dan krijgt iemand een rode kaart. Hiermee laat je zien dat dit niet mag in de wedstrijd.

Bij het overtreden van regels buiten het veld geldt hetzelfde. Dus: treed op als er regels worden geschonden en tref maatregelen als dat nodig is.

Wat is jullie visie en doel?
Stel een visie en doelen op. Zo maak je als bestuur duidelijk waarom jullie een veilige sportvereniging willen. Gebruik zo nodig het format voor de visie en doelen.

Stel een vertrouwenscontactpersoon (VCP) aan
Een vertrouwenscontactpersoon (VCP) biedt leden de mogelijkheid om in vertrouwen te praten over grensoverschrijdend gedrag.

Bij de vertrouwenscontactpersoon kunnen leden terecht voor een vertrouwelijk gesprek. Dat kan gaan over pesten, seksuele intimidatie, agressie of discriminatie. De vertrouwenscontactpersoon helpt daarnaast het bestuur om intimidatie in de club te voorkomen.

Voor een vertrouwenscontactpersoon is een functieprofiel opgesteld. Een training is essentieel.

De vertrouwenscontactpersoon bij de NOB is Marieke Wiendels.

Samen aanpakken?
Zoek samenwerking met andere sportverenigingen in jullie gemeente. Of neem contact op met sportondersteuners van de gemeente. Ook kunnen jullie de bond vragen of zij kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld met voorlichtingsmaterialen en acties. Je kunt dan een deel van dit plan samen uitvoeren.

Stap 2: Wat kan beter?


Als bestuur wil je natuurlijk weten of grensoverschrijdend gedrag voorkomt binnen de club. Daarom maak je een risicoscan. Wat gaat goed in jullie club en wat kan beter? Wat zijn de risico’s voor grensoverschrijdend gedrag?

Zo maak je een risicoscan

1. Stel een projectgroep samen
Benoem een projectgroep. Dit is een groep die de risicoscan gaat uitvoeren.

Maak een projectgroep met daarin de belangrijkste betrokkenen van de vereniging: sportbegeleiders, (jeugd)leden, vrijwilligers, ouders. De projectgroep bestaat uit 5 tot 8 leden.
Vraag de vertrouwenscontactpersoon (VCP) om de projectgroep te leiden.
De projectgroep kan worden aangevuld met een externe deskundige, bijvoorbeeld vanuit de bond of GGD.

2. Breng de risico’s in kaart
Organiseer als bestuur een bijeenkomst met de projectgroep. Laat alle leden van de projectgroep vooraf de checklist invullen. Voor iedereen geldt: neem het advies dat uit de checklist komt mee naar de bijeenkomst. Leg alle adviezen naast elkaar en bespreek de verschillen en overeenkomsten. Maak vervolgens een lijst met risicofactoren binnen jullie sportvereniging.

3. Benoem de belangrijkste verbeterpunten
Stel als vereniging prioriteiten: wat gaat de vereniging eerst aanpakken en wat daarna?

Stap 3: Wie doet er mee?


Een veilig sportklimaat bereik je door goed samen te werken. Dat kan je als bestuur niet alleen. Met deze stap zorg je dat iedereen meedoet. Dat begint met iedereen informeren en bewust maken van wat grensoverschrijdend gedrag is. Vervolgens is de vraag: hoe kun je ze activeren?

Maak je beleid bekend
Geef bekendheid aan het beleid om grensoverschrijdend gedrag te voorkomen. Door maatregelen te bespreken op een (buitengewone) ALV creëer je draagvlak voor je beleid. Met deze powerpoint kan je leden informeren over het beleid.

Voorlichting helpt vervolgens om het breder bekend te maken. Sociale media kunnen hierbij helpen.

Leer grensoverschrijdend gedrag herkennen
Is een schreeuwende coach normaal? Mag een trainer een sporter knuffelen? Wordt een sporter geplaagd of gepest? Grensoverschrijdend gedrag herken je als je er met elkaar over praat. Voer een gesprek in jullie sportvereniging over wat gewenst gedrag is en wanneer het over een grens gaat.

Laat eerst de korte film Start to Talk zien. En eerst getraind worden? NOC*NSF biedt sportbegeleiders de training Herkennen van grensoverschrijdend gedrag.

Voor het bestuur zijn er Awareness-sessies beschikbaar om met elkaar in gesprek te komen.

Maak leden actief
Je maakt leden actief door ze mee te laten denken en ze een taak te geven. Hier vind je de tips.

-> een best practise lees je hier: ruzie bij de hockeyvereniging

Stap 4: Wat spreken we af?


Goede afspraken geven duidelijkheid over de omgangsnormen en regels in jullie sportvereniging. Hoe regel je dat als bestuur?

Afspraken over gedrag
Het uitgangspunt zijn de gedragsregels van NOC*NSF en de sportbonden. Deze zijn bindend voor elke sportclub. Klik hier voor een voorbeeld van beschreven gedragsregels voor begeleiders.

Spreek eigen omgangsregels en huisregels af, samen met leden. Door dit samen te doen, ontstaan eigen regels. Denk ook aan regels over het gebruik van mobieltjes en sociale media: hoe ga je om met foto’s van elkaar?


Zorg voor sportbegeleiders van onbesproken gedrag
Natuurlijk wil je als bestuur dat de sportbegeleiders van onbesproken gedrag zijn. Er zijn vijf stappen voor het aanstellen van betrouwbare sportbegeleiders (betaald/vrijwilliger).

  1. Vraag aan alle sportbegeleiders, vrijwilligers en bestuursleden om een VOG (verklaring omtrent gedrag). In het gesprek kun je als bestuur aangeven waarom dit voor jullie belangrijk is. Gebruik de voorbeeldbriefVoor verenigingen is het aanvragen van een VOG gratis.
  1. Check referenties bij verenigingen waar de sollicitant actief was. Doe dit niet alleen bij het bestuur, maar ook bij een sportend lid of sportouders van de vorige vereniging van een sollicitant.
  1. Check of iemand in het Register met tuchtuitspraken voor zeden in de sport staat. Dat kan via het Centrum Veilige Sport. Op deze lijst staan alle tuchtuitspraken van alle bonden. Zo kun je nagaan of iemand in een andere sport een veroordeling heeft gehad.
  1. Vraag alle vrijwilligers en betaalde krachten om hun handtekening te zetten onder de onderwerping aan het tuchtrecht. Dit schept duidelijkheid en maakt dat je iemand kan aanspreken op grensoverschrijdend gedrag.Leden van de vereniging zijn via hun lidmaatschap gebonden aan de bond en daarmee aan het sport tuchtrecht. Zij hoeven deze verklaring dus niet te ondertekenen. Dat is al gebeurd in het lidmaatschapscontract.
  1. Laat ook de omgangsregels ondertekenen door de sportbegeleiders. Eventueel kan je één verklaring maken met zowel de onderwerping aan het tuchtrecht als de omgangsregels.

Informeer leden en ouders
Ook leden en ouders van jeugdleden moeten de afspraken kennen van de vereniging. Nieuwe leden? Zet de visie en omgangsregels in de welkomstmail naar nieuwe leden en ouders. Of deel ze uit als iemand nieuw lid wordt.

Besteed er regelmatig aandacht aan via nieuwsbrieven en social media. Deel de regels uit bij de eerste kennismaking van leden/ouders met de vereniging. Leden kan je ook de omgangsregels laten tekenen. Laat ouders die vrijwilliger zijn de onderwerping aan het tuchtrecht tekenen.

Neem concrete maatregelen
Als bestuur kun je concrete maatregelen nemen om de veiligheid binnen de vereniging te vergroten.

  • Maak gebruik van het vier-ogen-principe. Dat betekent dat een volwassene altijd moet kunnen meekijken of meeluisteren met een trainer/coach/vrijwilliger.

Hoe werkt dat in de praktijk? Een begeleider kan een-op-een trainen met de sporter, mits een andere volwassene op elk moment de mogelijkheid heeft om mee te kijken. Sommige verenigingen hebben daarom glazen wanden rond de trainingsruimte.

  • Check de veiligheid van het sportterrein. Hoe staat het met de verlichting? Zijn er delen van het terrein waar sporters zich onveilig voelen? Maak afspraken met de gemeente over de verlichting. Zorg dat één bestuurslid hiervoor verantwoordelijk is. 

Wat te doen bij signalen en meldingen?
Zorg dat duidelijk is hoe je als vereniging omgaat met signalen en meldingen van grensoverschrijdend gedrag. Zo weet iedereen dat grensoverschrijdend gedrag niet wordt getolereerd in jouw sportclub.

Vanaf 2020 is elk bestuurder of begeleider verplicht melding te maken van een vermoeden van seksuele intimidatie.

-> een best practise lees je hier: het werk van een vertrouwenscontactpersoon

Stap 5: Hoe houden we elkaar scherp?


Hoe zorg je als bestuur dat er aandacht blijft voor een veilige sfeer?

Houd dit op de agenda
Zet dit onderwerp elk jaar op de agenda van de algemene ledenvergadering. Noem het ook in het jaarverslag dat je als bestuur maakt.

Check wat werkt
Als bestuur wil je weten of jullie inzet werkt. Dat kan door te monitoren hoe de maatregelen uitpakken. Hoever is jullie beleid al uitgevoerd?

Met deze scan kun je elk jaar nagaan of je beleid nog leeft. Op welke punten staat je vereniging sterk en waar is extra aandacht nodig? De scan kun je samen met de vertrouwenscontactpersoon uitvoeren. Door sportbegeleiders, leden en ouders erbij te betrekken, krijgen jullie verschillende perspectieven in beeld. Werken de nieuwe afspraken voor het aanstellen van vrijwilligers? Moet er een opfriscursus komen voor trainers? Worden er omgangsregels afgesproken in de teams?

Herhaal elk jaar de voorlichting
Geef elk jaar opnieuw voorlichting over hoe jullie sportclub grensoverschrijdend gedrag aanpakt. Wat is de visie van de vereniging en welke afspraken zijn er gemaakt?

Bijvoorbeeld via een informatieavond, via posters, via de website van de vereniging, via de nieuwsbrief en via social media.

Investeer in sportbegeleiders, trainers en coaches
Sportbegeleiders, trainers en coaches spelen een centrale rol in de positieve  sportcultuur binnen de vereniging. Zij zetten de toon en zijn pedagogisch bij sporters betrokken. Ze grijpen in als er tussen sporters grensoverschrijdend gedrag voorkomt. Ze hebben bovendien een voorbeeldfunctie.

Het opleiden van sportbegeleiders is een belangrijke stap naar een positief sportklimaat. Dit betaalt zich terug in een goede sfeer binnen de vereniging, tevreden leden en gemotiveerde vrijwilligers. Kijk daarvoor ook eens naar tips voor positief coachen en het tegengaan van pesten.

Benoem de belangrijkste verbeterpunten
Stel als vereniging prioriteiten: wat gaat de vereniging eerst aanpakken en wat daarna?

 

Heb je vragen? Laat het ons weten, we helpen je graag verder!