Getijdenwaterduiken voor het 2*-brevet

Vlak voor zijn overlijden, begin 2026, stuurde HES van Schoonhoven dit artikel (of beter misschien een overzicht in tijd) over wat hij zelf ‘bijna bijna obsessief’ werk aan het nieuwe 2*-leerboek noemde. Zijn begeleidende tekst: ‘Ik hoop dat dit artikel ongewijzigd nog in Onderwatersport komt, ook al zal ik het zelf niet meer lezen.’ En met zelfspot over de inhoud van het artikel: ‘Was de wereld dan gekrompen tot het hoog en laag in de Oosterschelde?’ Ga mee in de reis van getijden, tabellen én de gedachten van HES.


Never in the history of mankind’s brave endeavours under the sea, such futile, negligible and utterly confusing trivialities took so much toil, sweat, blood and tears to overcome.
Vrij naar W. Churchill.

Dinsdag 4 december’18, 14:30 uur: een streng beveiligd en grotendeels leeg kantoorgebouw van Rijkswaterstaat in Lelystad.

Ik heb hier een afspraak met een drietal ambtenaren van de dienst over de planning van duiken in getijdenwater in Nederland. Eén van hen heeft nog nooit gedoken, maar slaat de uitnodiging voor een doopduik onder auspiciën van de NOB beleefd af. Kan niks wezen. Toch? De twee anderen denken er net zo over, maar hebben wel wat duikervaring. De een mompelt iets over haaien bij Roatan, de ander iets over de Iro Maru, een Japanse vloot-tanker die 25 meter diep rust op de bodem van Palau in de Stille Zuidzee. Dat zijn de mannen om mee te praten!

Mijn openingsbid:
“Er worden jaarlijks 800.000 tot 1.000.000 duiken in de Zeeuwse Delta gemaakt.”
“Oh ja? Wat leuk.”
“Stroming is een van de belangrijkste risico’s.”
“Oh ja? Logisch.”
“Wij plannen onze duiken aan de hand van de Hoog- en Laagwaterstanden in de beschikbare getijdentabellen: halfuurtje vóór tot halfuurtje na de kentering.”
“Oh ja? Interessant.”
“In de praktijk merken we te vaak dat de HW en LW-standen uit de tabel helemaal niet corresponderen met de kentering van de stroom.”
Drie stomverbaasde gezichten: “Nee, natuurlijk niet!”
“Oh, daar heb ik dan een theorietje over.” En ik schets het beeld van een golf, een getijdengolf, die het estuarium binnen rolt: het water stijgt, het water daalt, maar het water stroomt nog steeds dezelfde kant op. Tot het bij de Oesterdam keert.
“Ja, dat is ook een manier om het uit te leggen.”

Ik leg ze uit dat het voor de veiligheid van al die duikers noodzakelijk is dat ze toegang hebben tot de meest actuele en betrouwbare gegevens van de stroming op -zeg- minimaal een tiental locaties in de Ooster- en Westerschelde.

“Zijn zulke gegevens beschikbaar?”
“Ja, natuurlijk.”
“Maar?”
“Ja die moeten we ergens hebben en de verwachtingen worden 4x per etmaal bijgesteld.”
“Maar???”
“’Ja, natuurlijk hebben we die data, dat is ons werk. maar er heeft nog nooit iemand ons naar gevraagd.”
“OK. Dan wil ik graag op de kaart van de Oosterschelde kunnen klikken en de laatst bijgestelde verwachtingen van de stroomsnelheid voor die plek op kunnen roepen. Bijvoorbeeld hier, hier en hier.”
“Oh, is dat alles? Makkie! Doe er gerust nog een paar locaties bij, joh.”
Na een verbijsterend kort gesprek nemen we afscheid. “We moeten even graven in het systeem, maar eind januari kun je zeker 25 referentiepunten op de kaart van de Westerschelde zetten, zodat iedere duiker met zwemdiploma A, daar veilig zijn duiken kan plannen.”

Zogezegd, zo gedaan

Eind januari hadden we een link binnen met directe toegang tot de stroomdata van 36 punten in de Ooster- en Westerschelde en nog twee op zee en konden we aan het werk. Onze schermen vulden zich -klikkerdeklak- met de mooiste grafieken waarop je feilloos af kon lezen, wanneer de duikpret op de stek van je keuze kon beginnen en wanneer je er daar maar beter uit moest zijn.

En meteen een kwam de verrassing: nu we met dit concrete beeld op elk gewenst moment het gedrag van de stroming konden volgen, werd de veiligheid niet alleen sterk verbeterd, maar werden de mogelijkheden op veel duikplaatsen ook nog eens enorm opgerekt. Nooit meer met de natte vinger in de wind met dat “ halfuurtje vóór tot ná het Hoog of Laag”; voortaan konden we per duikstek zien wanneer en hoelang de stroom daar voor ons managebel en comfortabel bleef en onze duiken plannen vanaf < 0,2 m/sec tot > 0,2m/sec. En dat met een paar muisklikken.

Bingo!!

Dat is nou wat de computermannen een “paradigma-shift” noemen. Alles werd anders en de consequentie was dat we daar wel een heel nieuwe les getijdenwaterduiken voor de 2* opleiding voor moesten schrijven. Er was slechts één klein probleempje: 7 van de 36 punten leverden gewoon geen bruikbare gegevens op. En laten dat nu nét heel populaire en daarom heel belangrijke duikplaatsen zijn: plaatsen rond Wemeldinge op Zuid Beveland en Stavenisse op Tholen. Daar gebeuren de ongelukken en daar kun je je geen fouten permitteren. Dus gauw maar even met Lelystad bellen.

Dat viel vies tegen. Het grote halflege kantoorgebouw stond nu ineens voor driekwart leeg. De mannen van Costa Rica en de Stille Zuidzee waren overgeplaatst en de man die niet hoefde te duiken wist niet waarheen. Hij had zich er sowieso toch al niet verder mee bemoeid, dus we zaten op dood spoor. En het duurde tot het eind van dat jaar voor we de man die het zo mooi voor ons gefixt had, teruggevonden hadden.

Uhm, oh ja, nee, hij deed tegenwoordig heel andere dingen bij RWS. En nee, hij kon er ook niet bij, want hij werkte thuis. Het was corona en niemand zat nog in zijn oude functie op zijn oude plek op kantoor. Dus nee, even uitzoeken hoe het nu zat en wie wel aan de knoppen kon draaien, dat was even een probleem. “Kom ik op terug …”

 “Ja, maar als ik naar de grafieken van de problematische duikstekken kijk, dan zie ik geen curves, maar blokken. Zou het zo kunnen zijn, dat de coördinaten fout zijn en niet in het water, maar op land liggen?”
“Ja, coördinaten, over wat voor coördinaten heb je het eigenlijk? Welke heb je gebruikt?”
“Ja, weet ik veel.”
“Was het GPS 1? Of heb je GPS 2 gebruikt? Heb je misschien met Copernicus zitten rommelen. Of met Galileo, GLONASS, Beidou, IRNSS Ironstone Opal? Of gewoon met Amersfoort?”

Oei, het was me bij het zetten van de stippen op de kaart even ontgaan, dat er voor elk punt op aarde wel tien verschillende systemen waren om de juiste geografische plaats aan te geven en dat de uitkomsten binnen die systemen ook nog op heel verschillende manieren opgeschreven konden worden. Bij “Mister Internet” kun je alles vinden, maar er staat helaas niet altijd duidelijk bij wat

het precies betekent. En zo lag de perfecte oplossing om veilig in de Delta te duiken, in een hoekje van het systeem op z’n platte gat. Een paar duikers bleven intussen trouw de uitkomsten op de goede en de slechte punten in de Oosterschelde testen. Op de goede zagen we nooit een afwijking van betekenis, op de slechte, nooit een bruikbare uitkomst.

SUUNTO (Nog bedankt, Erik) stelde zelfs hun vetste EON Steel als prijs ter beschikking in een loterij om duikers te bewegen hun ervaringen met de stroming tijdens hun OS duiken met de NOB te delen.

Corona ging uit als een nachtkaars; we konden weer met elkaar aan de slag. Zonder tussenkomst van Zoom, Teams of andere conferentieapplicaties. Live met elkaar praten, face to face. Net als vroeger. Meteen opnieuw contact gelegd met RWS, met nieuwe mensen op nieuwe locaties. Van Lelystad via via naar Delft. Daar troffen we op een mooie voorjaarsdag, midden op een kale, onafzienbare bouwplaats met een raadselachtig kriskras stratenplan, een paar gekoppelde 30 ft containers, omgeven door hoge hekken en onopvallende camera’s. Dat was duidelijk het RWS-kantoor van de dag. En probeer daar maar eens binnen te komen.

Zoals altijd bij RWS is daar een zorgvuldig ritueel voor van melden en checken en dubbelchecken, maar eenmaal binnen aan de koffie was de sfeer meteen lekker relaxed. Fijn, want we moesten het hele lange verhaal van voren af aan weer opnieuw oplepelen: het grote veiligheidsprobleem, de achterliggende redenen, het grote aantal duiken en de economische betekenis van de sport voor de provincie, het algemeen belang, het belang voor het duikende toerisme in Zeeland, de onbetrouwbaarheid van de klassieke planningsmethoden, de beschikbare data en de eenvoudige implementatie …

Je merkt het meteen, het verhaal valt goed. Een geïnteresseerd gehoor, twee gasten met aandacht, met knikjes van ja, snappen we, ga door, ga door … komt er midden in mijn uitleg ineens een donkere stem vanachter een computerscherm met de vraag: “Awel, als dat dan van die blokgrafieken geeft, ja? Staan die coördinaten dan wel goeh? Staan die nieh ergens op het droge dan, eigenlijk? Heeft u suiker in de koffie?”

Hé, er is nog een derde man, een Belg, iemand met de enige vraag die er toe doet! EUREKA!

De last die van mijn schouders valt, galmt als een doffe gong na door het lokaaltje. Mijn lange inleiding verandert meteen in een korte en geanimeerde conversatie. En nog een paar handen schudden, “Aangenaam!” De conclusie: is snel getrokken: we moeten nodig eens met Rijkswaterstaat gaan praten.
Uh?
“Nee-hee, niet hier. In Rijswijk.” Maar, dring ik aan: “mag ik daar dan misschien wel even zelf aan de terminal zitten; aan de monitor, het toetsenbord en de muis?”

Maandag 13 februari ‘23, 10:00 uur, Delft 

Ik meld me in weer zo’n kolossaal zwart Rijkswaterstaatpand, dit keer een met ronde ramen: creatieve architect! De toegangsprocedure begint voor mij routine te worden en het krappe kantoortje met drie relaxte mannen en zes schermen begint er inmiddels heel vertrouwd uit te zien. Het verhaal, dat ik ze weer van A tot Z uit moet leggen ken ik ook al uit mijn hoofd. Ik heb hier de hele dag voor vrij gehouden, maar zij geven mij ook niet de indruk dat ik ff op moet schieten. Begrip alom.

“ … en daarom denk ik dat als je de coördinaten van dit punt (en dat en dat) 50 meter verder de vaargeul in schuift, het hele probleem is opgelost.”
“Nou, schuif eens wat”
“Ja, hij doet het”.
Was dat het hele probleem?”
“Dat, en nog zes van die punten.”
“Waar woon jij eigenlijk?”
“Uh, Capelle aan den IJssel”
“Nou, ga maar naar huis. Als je straks op je computer kijkt, is alles functioneel. Checken we wel eerst ff of de andere punten ook echt goed staan.”

Maandag 13 februari ’23, 12:30 uur

Getijdenplanning 1.0 htpps/www.duikgetijden.nl is eindelijk online. Mooi op tijd voor het aanstaande seizoen.

Gedurende lente en de zomer van ’23 begon de olievlek van gebruikers langzaam te groeien. De nieuwe manier van plannen had in Onderwatersport gestaan maar, conservatief als veel duikers zijn, bleef het klein. Natuurlijk was dit weer zo’n NOB-ding en dat is voor velen sowieso heel erg eng. Er werd een online workshop voor instructeurs aan gewijd, met een PowerPoint die ze mochten gebruiken.

En op populaire duikplaatsen waren wel eens discussies tussen klassieke en digitale planners, zo van “Hé, gaan jullie er nu al in/uit?” en dat hielp de bekendheid vooruit. Cijfers over het gebruik ontbraken en daarom was het een verrassing dat er in het najaar een grote golf van protest losbarstte omdat de site ineens plat lag. Nét toen de les Getijdenwaterduiken voor de tweede druk van het 2*-cursusboek af was.

Brussel

In Brussel (ligt in België, waarover later meer) hadden ze besloten dat de Nederlandse overheid of de Rijkswaterstaat niet op het net duidelijk genoeg (of iets dergelijks) met de burgers communiceerde en dat moest anders. Alle sites plat en alles opnieuw opzetten. Weg planning! Met veel moeite kreeg de NOB het voor elkaar dat de lopende versie nog zo lang mogelijk in de lucht werd gehouden en zo spoedig mogelijk, hopelijk niet in het hoogseizoen, door de nieuwe vervangen zou worden. Weer een jaar kwijt.

Onze contactman bij Rijkswaterstaat moet zijn stinkende best gedaan hebben, want in de helft van ‘24 begonnen de contouren van de vernieuwingen al duidelijk te worden en in het vroege voorjaar van ’25 waren we weer online met de vernieuwde site.

Maar alles was anders, zó anders zelfs dat het concepthoofdstuk, dat de herdruk van het cursusboek op een haartje na gemist had, niet ‘ff’ hier en daar aangepast kon worden. Het moest van A tot Z worden herschreven: nieuwe stijl, nieuwe aanpak, nieuwe plaatjes en nieuwe tekst. En natuurlijk een heel nieuwe PowerPoint met ook weer heel nieuwe plaatjes, om het instructeursgilde in een on line sessie bij te spijkeren.

Woensdag 2 april ’25

Het nieuwe, definitieve concept gaat als een 148Mb groot pakket via WeTransfer voor verdere verwerking naar Veenendaal. Het bevat een omvangrijk PDF-bestand waarin alle tekst, alle kaderteksten, de plaatjes en onderschriften, voetnoten en verwijzingen voor de lay-out in hun systematische verband staan. Elke komma is apart te copy-pasten voor professionele grafische verwerking en elke beeldpixel, elk font en andere resources zijn in het juiste grafische format apart meegeleverd.

Mooi op tijd voor de volgende editie van her 2*-boek. Vraag: “Kan de tekst er voor de eindredactie ook niet ff apart bij in een Word document.” “Ja hoor. Word is niet mijn ding, maar hup, gaan met die banaan.”

En daarna werd het héél lang stil, zo lang, zo stil dat ik me ongerust af begon te vragen of we weer een herdruk zouden gaan missen. Maar na wat trekken en duwen kwam het hoge woord er uit. De eindredactie kon er geen touw aan vast knopen en dat was gek, want die eindredactie is niet alleen heel vaardig in haar vak, maar ze heeft een langere achtergrond in duiken, dan de meesten van ons in lopen.
“Linda, heb je problemen met dat getijdenverhaal? Kom eens praten, dan fiets ik je daar zo doorheen. Oh, je hebt alleen het Word document gekregen? Niet de PDF met de structuur en de plaatjes in hun verband erbij? Ja, daar zou ik zelf de weg niet eens in kunnen vinden.” Linda kwam en het werd een korte sessie, net lang genoeg voor een tweede kopje koffie. Hier en daar werd ik en passant nog even terechtgewezen en omdat ik nooit in discussie ga met iemand die duidelijk gelijk heeft, waren we snel klaar.

Zaterdag 14 februari ’26
Na nog wat geheen-en-weer over de mail met correcties en een laatste aanvulling, en een goed gesprek met de studio lag het nieuwe 2*-boek dan eindelijk op de mat.

Getij en verandering, dat is onafscheidelijk. Daarom is de site op dit moment nog niet af. Er moeten onder andere nog een paar punten op de Westerschelde en de Noordzee geactiveerd worden en daar wordt aan gewerkt. Maar je zult inmiddels wel begrepen hebben dat dat niet eenvoudig is. Ook de grafische weergave op je telefoon laat te wensen over. Dat was trouwens het enige punt dat in de eerste versie beter werkte dan in de nieuwe, maar wie cijfertjes af kan lezen en goed let op de datum die daarbij staat, mag geen problemen ondervinden.

Oh ja, en dan België. Daar zou ik nog even op terug komen.
Natuurlijk hebben we onze zuiderburen er vanaf het allereerste moment bij betrokken. Langs de dijk bij Wemeldinge hebben we meerdere referentiepunten binnen zichtafstand van elkaar op de kaart gezet. Ze waren altijd enthousiast dat we er zo mee bezig waren en we hebben ze altijd en onmiddellijk van elke stap op de hoogte gebracht. Maar naarmate de eerste versie meer vorm kreeg, werd het stiller en stiller van hun kant. Als ik iemand trof kreeg ik rare, ontwijkende antwoorden op mijn vragen. Maar een column van John Geurts maakte het op een gegeven moment toch duidelijk: ze hebben er om hen moverende redenen voor gekozen om hun 2*-kandidaten te verplichten om de oude methode naast de nieuwe aan te leren.

Tja, een renner die je klaarstoomt voor de Ronde van Vlaanderen hoeft toch ook niet eerst te laten zien dat hij zelf die rammelende zijwieltjes van zijn achterwiel af kan halen, voor hij de weg op mag?

Ook niet als het Belgische zijwieltjes zijn.

Foto header: HES van Schoonhoven
Door: Roel van der Mast