Een goede sfeer

“Doe normaal joh!” Dat hoor je waarschijnlijk dagelijks iemand roepen. Maar wat vinden jullie binnen de club eigenlijk normaal? En ook interessant: wat vinden jullie níet normaal? Het pesten of buitensluiten van andere leden zal iedereen niet normaal vinden. Maar denk ook eens aan grappen over vrouwen, homo’s, lesbiennes of andere culturen. Daarnaast kan een situatie ontstaan waarin een (jeugd)lid zich in of buiten het water seksueel geïntimideerd voelt. Is zulk gedrag binnen jullie vereniging bespreekbaar? Hoe kun je de hierboven geschetste situaties voorkomen? En weet je wat je moet doen als zich onverhoopt wél zo’n situatie ontstaat? Ga hierover eens het gesprek aan met elkaar. Ter inspiratie kun je de websites www.sportplezier.nl en www.verenigingsbox.nl bekijken.

Tip 1: leg je club onder de loep

Voelen leden zich thuis bij jullie vereniging? Komen ze met plezier naar (duik)activiteiten toe? Hebben ze het gevoel altijd bij het bestuur terecht te kunnen met twijfels, ideeën of feedback? Weten (nieuwe) leden eigenlijk wat jullie met z’n allen normaal en niet normaal vinden? Spreken jullie elkaar op aan op gewenst én ongewenst gedrag? En gebeurt dat op een respectvolle en positieve manier? Wellicht zetten deze vragen je aan het denken over jullie verenigingscultuur, de gemaakte afspraken en/of je rol als bestuurslid. Leg je (bestuurs)leden de vragen eens voor of doe een risico-analyse! Daar komen vast leuke, soms moeilijke, maar ongetwijfeld altijd waardevolle gesprekken uit.

Tip 2: maak samen afspraken

Alleen als je gezamenlijk afspraken maakt over gedrag, normen en waarden én als je het belang van die afspraken onderstreept (waarom is het zo belangrijk dat we dit met elkaar afspreken?) zullen mensen zich ernaar gaan gedragen. Instructeurs vormen een belangrijke groep om in dit proces meet e nemen: zíj zijn de mensen die aan de badrand staan en die bij uitstek de sfeer tijdens tijdens opleidingen en (duik)activiteiten aanvoelen en voor een groot gedeelte ook bepalen. Denk dus regelmatig na over de ontwikkelingen binnen de vereniging en vraag je af of de afspraken nog passend en geldend zijn. Indien nodig kun ze opnieuw formuleren.

Tip 3: maak afspraken zichtbaar

Afspraken kun je in het clubgebouw, de theorieruimte en/of het zwembad ophangen en in de nieuwsbrief, op de website of in het clubblad plaatsen. Realiseer je wel dat deze acties op zich geen effect zullen hebben; het krijgt pas betekenis als mensen het belang ervan begrijpen en er uit zichzelf naar gaan handelen. Worden de leden met sportief gedrag ‘beloond’ en worden de leden met ongewenst gedrag daarop aangesproken?

Tip 4: spreek leden op dezelfde manier aan

Spreek af hoe en wanneer je leden aanspreekt op de gemaakte afspraken. In het ideale geval hoef je je als bestuur niet als een groepje politieagenten te gedragen, maar wijzen leden elkaar onderling op de afspraken. Wees wel consequent en spreek een nieuw lid op dezelfde manier aan als een lid die al dertig jaar bij de club zit. Ook de sociale context (vaste buddy, oud-voorzitter, buurman, etc) zouden geen invloed moeten hebben op het of en hoe aanspreken van iemand. Maar dat is moeilijker gezegd dan gedaan!

Tip 5: vertel nieuwe leden over jullie afspraken

Bedenk manieren waarop je de nieuwe leden (en in het geval van jeugdleden ook hun ouders) op de hoogte stelt van wat bij jullie ‘normaal’ is. Dat kan via een introductiebrochure of een e-mail, maar je kunt ook standaard een gesprek inplannen met nieuwe leden.

Tip 6: gaat er iets mis? Onderneem actie!

Zijn er signalen van of klachten over ongewenst gedrag? Dan kun je altijd contact opnemen met Martine van de Veen, vertrouwenscontactpersoon van de NOB. Ook het Vertrouwenspunt Sport staat in zo’n geval voor je klaar. Hier kun je – buiten de NOB om – terecht voor vragen, advies en/of een melding van grensoverschrijdend gedrag. Dit kan eventueel anoniem. Het Vertrouwenspunt Sport is te bereiken op 0900 – 202 55 90 (€ 0,10 per minuut). Je kunt ook een WhatsApp-bericht sturen naar 06-53646928.

Je kunt er ook voor kiezen om binnen de vereniging een vertrouwenscontactpersoon (VCP) aan te stellen. Zo’n persoon dient als ‘loket’ voor vragen of klachten met betrekking tot de sfeer en onderlinge omgang. De drie kerntaken van een VCP zijn:
1) preventieactiviteiten,
2) eerste opvang/aanspreekpunt
3) doorverwijzen.

De VCP hoeft niet alleen op grensoverschrijdend gedrag te reageren, maar kan ook een adviseur en ‘sparring partner’ voor de vereniging zijn!

Tip 7: overweeg het aanvragen van VOG's

Sommige verenigingen verplichten (nieuwe) instructeurs om een VOG aan te vragen. Hiermee kun je nagaan of iemands gedrag uit het verleden geen bezwaar oplevert voor het opleiden van minderjarige duikers. Sinds 1-1-2015 kunnen sportclubs gratis en digitaal VOG’s aanvragen. De NOB stelt het aanvragen van een VOG niet verplicht; verenigingen bepalen dit zelf. Realiseer je dat een VOG een ‘papieren maatregel’ is die geen garanties geeft. Het is dus belangrijk om (ook) zelf afspraken te maken over de begeleiding van jeugdleden!